Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: Als ’t begint. O Ghy trotse Maeghden aert, Vol hardneckigheydt, Die de Minnaers baert, In onverduldigheyt: Fy dat ghy my soo lang hebt overheert, En mijn sinnen van het minnen afghekeert:

De liefde soet van aerdt, is weder liefde waert. 2 Fy, ay sucht! het is u schult, Dat dees jonge geest, Die met groot gedult, U Minnaer is geweest, Is ten laesten gedwongen sijn trouwe sin: Af te keeren van de vruchteloose min: De liefde soet van aert,Ec. 3 Ach ick viel hem al te hardt, Ick heb om al sijn klacht, En om al sijn smart, Soo menighmael gelacht: Nu ontroert mijn sijn lijden en sijn swaer bloedt, En sijn droefheydt is een prickel in ’t gemoedt: De liefde soet van aert,Ec. 4 Fy, o wreede tyranny! Packt u uyt dees stoel, Ziele stelt in my Een levendigh gevoel: Ben ick vleesch, ben ick bloedt, ben ick menschelijck,

Doet u eygen vleesch en bloedt geen ongelijck. De liefde soet van aert, Ec. 5 ‘k wil veranderen t’eenemael, En die my goedt gunt Wil ick weer betalen Met deselfde munt. Kom mijn hart, kom mijn lief, kom doch eens by mijn, Kom mijn lief,ick wil u alderliefste zijn: De liefde soet van aert, is weder liefde waert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove