Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: De schoone die my dus marteliseert. GElijck de Sterren vercieren klaer Des Hemels Firmament, Soo lichtet een wijse Vrouwe eerbaer Haer huysgesin present, Haer Man haer wederpaer met lust Altijdt vrymoedelijck op haer rust. 2 Haer Kinderkens die se eerlijck teelt Als Olijf-spruytkens soet,

En gelijck een Wijnstock onverveelt Met hare Melck opvoet, Die zijn haer heugelijck wederom Een vaste hulpe in den ouderdom 3 Het herte des Mans dat steunt op haer, Sy doet hem goedt, geen quaedt Behoeft hy te vreesen voor oft naer, Hoe dat het hem oock gaet: Sijn handt-werck sal gezegent zijn, Haer te beminnen en is hem geen pijn. 4 Haer handen streckt sy vlijtelijck uyt, Sy is vreedsaem en stil, Des morgens neemt sy een besluyt Wat sy uytvoeren wil: De reynheyt haer cieragie is, Het veylt haer nimmer aen couragie wis. 5 In somma sy is de kroone des mans, Sy is hem altijdt trouw, Op sijne hooft eene vergulden krans, En wat hy wenschen sou, Sy is boven goudt en peerlen weert, Gelijck de Wijseman daer meer van leert. 6 Ghy Mannen bemint u Vrouwen reyn,

U eygen vleesch en been, Met wijsheyt woonet by haer alleyn Ghy zijt niet twee maer een, Niemant sich zelf doet ongelijck, Een wijse Vrouw schenckt Godt van Hemelrijck. Een is meer dan al.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove