Stemme: Courante Commune. G’lijck als door de baren Een Schip komt gevaren Uyt d’onbetemde Zee, Tot aen een goede Ree. Sijn blijdtschap laet blijcken, Sijn Zeylen laet strijcken, Sijn Wimpels rollen uyt, En met een trots geluyt Doet dond’ren,dav’ren,klat’ren, na den eys, Sijn stucken grof, Den Heer tot lof, Voor sijn behouden reys. 2 Soo laet ons oock singen, En kluchten voortbringen Mits door de woelery, Van ’t ongerust gevry,
De Bruygom met lusten In d’haven der rusten, Sijn Scheepjen dese nacht Geluckigh heeft gebraght, Daer hy verwellekomt wordt van de Bruydt: Die van sijn jeught De grootste vreugt In haer gesicht besluyt. 3 Dies is hy met reden Oock vol vrolijckheden, En heeft de gantsche vloot Sijns kennis t’saem genoodt, Om lustigh te blasen Uyt roemers en glasen, Om met een soet gelagh Te brengen voor den dagh De meeste vreught die immer is gesien, En dat moet gaen, Dus vangt het aen, Wat wacht ghy jonge lien? 4 Elck moet hem hier setten Om stijf te trompetten Op een geladen Fluyt, Vol goede Rijnsche buyt. En dan weer aenvangen, De soetste gesangen, Die oyt van Geesten zijn
Gesongen by de Wijn. Nu Maeghden seght waerom begint gy niet? Elck voor sijn deel, Reyt nu sijn keel, En singh een vroolijck liedt. 5 Nu nobele baesjes, Waer blijven de glaesjes? Drinckt op de Bruydegom, En Bruydts gesondtheydt om. Gaet wenscht haer daer mede Geluk en vrede In haren Echten-staet, Met een verheught gelaet, En kust malkander daer op rondtom dries. Elck maeck sich ree, Dat ’s een, dat ’s twee, Dat ’s drie, dat ’s op sen Fries.
Cookies on Poetry Cove