Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: Singht excellent, &c. WEest nu verheught en maeckt gheneught Om dese Feest te stichten, Laet komen voort, Singht met accoort Bruylofts soete gedichten. 2 ’t Huwelijck jent, seer excelent Is in den Paradijse, Van ’t aen begin, Gestellet in Van Godt na goede wijse. 3 Als Adam sliep Een slaep seer diep, Godt nam uyt sijnen lijve, Een rib of been,

Daer uyt hy reen Schiep Eva hem ten wijve. 4 Adam verbaest, Siend’ Eva haest, Aensprack haer als Vriendinne, Dees‘ is alleen Mijn vleesch en been, Hy noemdese Man-inne. 5 Heer Bruyd’gom wijs, Vrouw Bruydt propijs, Dit ’s uwen staet ter eeren, Ghy die vreemt waert, Zijt nu gepaert Door desen bandt des Heeren. 6 Reyn liefde pleeght, Blijft onbeweeght, Noch rechts noch slincks wilt wijcken, Schuwt haet en twist, Die ’t al verguist, Laet vreed’ gedurigh blijcken. 7 U wenschen blijdt Sal t’sijner tijdt Seer lieflijck hem vermeeren, Tot kind’ren goedt, Die ghy opvoedt

In de vreese des Heeren. 8 Die ’t alles geeft En eeuwigh leeft, Sal u uyt ’s Hemels erven, Noodtdrufts behoort, Geven nu voort, Hier toe een saligh sterven. 9 Ons Prins en Heer Schickt t’ sijner eer, Dit Huw’lijck na betamen, Die genoodt zijn, Op dit termijn, Wenscht hen geluck te samen. Een is meer dan al.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove