Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: Lieve Dochters, &c. C LIeve Mopsje wilje sterven, Maeckt doch eerst u Testament, M Van waer komt ons dese Drent? C Flus wou dy dijn mast gaen kerven, Vielje t’samen buyten boort, Waerje dan niet haest versmoort? M 2 Waer hebstu my hooren kermen? C Hier voor Amarilles deur. M Dat is maer een Vryers leur. C Doenje als een By gingh swermen, M Dat was al na Vryers stijl, Dus te met en soo by wijl. C 3 Deedje dat niet vol van meenen Doenje wranght u handen bey? M Of ick u daer neen op sey? C Soo benje met al u steenen Maer een druyl vrouw Venus kindt,

Die de Huyck hanght na de windt. M 4 Soud’ elck Vryer liefde leggen Op elck Vryster die hy vrijdt? Men hoeft oock verdrijf van tijdt. C Ick sal ’t Amarilles seggen, En de Vrijsters van dit Landt, Datje bent soo fraeyen quant. 5 Princessen dees minne krijters Laetse loopen achtse niet, Soo ghy hier aen Mopsus siet, Sy zijn meest al eer verwijters; Mal is hy die hem verlaet Op een Vryers schoone praet. Toe-sicht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove