Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: Hebbense dat gedaen. HEy hoe is ’t hier, het lijf vol van bier Wel Gijs-oom binje droncken, binje droncken Wel leghje dus voor ’t mooye vyer En doeje niet dan roncken Gut dit is te slecht, maetje, maetje Gut dit is te slecht, voor sulcken knecht. 2 Nu lustigh op, nu lustigh op Komt by de brave basen, brave basen En helpt haer ‘t Rotterdamse sop Drincken uyt volle glasen, Repje als een Man, ooghjes open, Repje als een man, die ’t alles kan. 3 Hier is Jaep en Teun, met Branck en Pleun, Kees Bruyn, en ’t weetje Slincke, ’t weertje Slincke Al ’t volckje van ons ouwe buert, Met jou soo willese drincken Hoort hoe yder woelt, Gijsje, Gijsje, Hoort hoe yder woelt, ende krioelt. 4 Hoort by me keel, Guert strijckt de Veel

Siet daer wil Teunis dansen, Teunis dansen. Kijck dat ’s een lustige Kabbeljauw Hy kan als groote Hansen, Kyere dat ’s een sprong, Heer hoe kan hy Kyere dat ’s een sprongh, van soo een jongh. 5 Wat soo men vaer (sie op) ’t is dagh, Licht op jou slapighe ooghjes, slapighe ooghjes, Ick brengje eens borst tree in ’t gelagh, Sie dat zijn nob’le tooghjes, Elck een handt een glas, schoontjes schoontjes, Elck een handt een glas, ‘k noyt soeter was. C. S.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove