Alles op zijne plaats.
Ordlijk zijn op alle zaken
Houdt de dingen bij elkaâr,
Die zoo schielijk weg geraken,
Slingeren zij hier en daar.
Foei, wat geeft het nare zorgen,
Wat verwarring, wat al pijn
Als reeds in den vroegen morgen
Alle stoelen kasten zijn!
Neen, mijn goedje weggelegen;
Orde staat zoo lief en net,
Alles heeft een plaats gekregen,
Alles dus teregt gezet.