Beleefdheid past een kind.
Ga ik uit, of keer ik weder,
Altijd zeg ik met ontzag,
Met een kusje, zoet en teeder,
Aan mijn Ouders goeden dag;
En zijn er ook andre menschen,
Dat ik mij dan liefjes toon',
Door hen goeden dag te wenschen;
O, beleefdheid staat zoo schoon!