Een nieu Clach-Liedeken
Op de wijse: Soo het beghindt.
WAnneer een weldrigh mensch
Vlees lustich is gheneghen
Na eenen vremden mensch,
Die recht en reden zijn teghen:
Sal rusten dach noch nacht
Voor dat hy is volbracht.
Tarquinius Tyran
Een Prins van grooter machten
Tot schande vanden man
Lucretiam vercrachten,
Hoe seer ’t haer heeft ghedeert
Volbrocht sijn vleesch begheert.
Sy heeft haer hert doorgroeft,
Want cost dees schand niet draghen,
De vrienden zijn bedroeft:
Wie sullent sy ’t laes claghen?
Den meester van dees schandt
Is Heer van het Landt.
O schroomelijcke daet,
Wat doet ghy tranen leken,
Gansch Roomen sou dit quaet
Door recht wel willen wreken,
Den Tybers soet ghetraen
Wou doen de stadt vergaen.
Onnoosel Edel vrou
Ghy sout noch zijn int leven
Dat dese snoo ontrou
Een tijde waer bedreven,
Dat Heer en Rechter is,
Den Prins de Medicis.
PRINCE.
T’is een gherechtich Heer
Die door recht troost den armen,
Hy sou u deughtsaem Eer
Gherechtelijck beschermen
Ghelijck voor al de Lien
Noch heden sal gheschien.
I. Spierincx. Allencxkens niet.