Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Stemme, Alhier te Nimmegen binnen. MAria Coninginne, Gy zijt die ick bemin: Gy zijt die Hester schoon, Die om my te verblijden In mijnen druck, en lijden Ontfangen hebt de Kroon.Gy zijt, etc. Godts Soon hebt gy ontfangen Om het Serpent te vangen En scheuren het Placcaet Dat nu al was verkondight, Om dat ick had gesondight, Verleyt door quaden raet.En, etc. Gy spreeckt voor mijn misdaden O Moeder der genaden, O uytgelesen Son; Abigail seer machtigh, Die door haer graci krachtigh Des Conincx Kroon verwon. O uytgelesen, etc. Seer hoogh zijt ghy verheven, Om dat ick weer sou leven O levende Fonteyn: Fonteyn daer wy na wenschen, Want uwen Soon de menschen Maeckt suyver ende reyn. Wie sal u konnen dancken, Gy neemt ons voor u rancken: En stort in ons den wijn?

O wijngaert uytverkooren Vyt haer soo is gebooren Der sonden medecijn.En stort, etc. O soeten naem Maria! O soete melodie, O soeten Honingh raedt, Hoe sietiens gaet ghy douwen, Als wy op u vertrouwen, O soeten dageraedt.O soeten, etc.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.