Skip to content
1632

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Op de wijse: Het voer een schipken over den Rijn. MYn hert is op een lief gesedt, Die reynder is als Lelien nedt, Ick heb hem wtgelesen In hem is geen rimpel of smet, Hoe mocht hy puerder wesen. Hy is oock uytgenomen schoon Der heyligen glory, vreucht en kroon, Hy mach wel zijn gepresen, Want hy verciert des Hemels throon, Hoe mocht hy schoonder wesen. Hy is een almachtighen Helt, Hemel en aerd heeft hy gestelt, Niemant so groot als desen Hy heeft alles in zijn gewelt,

Hoe mocht hy meerder wesen. Hy is oock overvloedich rijck, Sijn macht die streckt in alle wijck, Wt hem is 't al geresen, Men vindt hier niemant zijns ghelijck Hoe mocht hy rijcker wesen. Hy is oock onghemeten goet, Hy spijst ons met met zijn lichaem soet, Door hem zijn wy genesen, Hy heeft verlost ons door zijn bloet: Hoe mocht hy beter wesen. Hy is te schouwen suyverlijck, Om by te wesen, vriendelijck, Niemant soo soet als desen Hy is geheel genoechelijck: Hoe mocht hy soeter wesen. O Jesu alderliefste lief, Ick schenck u mijn hert tot een brief: V liefd' wilt daer in schrijven, Op dat ick leef na u gherief Goet, en ghetrou te blijven. Wilt dit hooren ghy maechden fijn, Laet Jesus uwen Bruydegom sijn, En dient hem al u leven, Hy sal u schencken den soeten wijn, In sijn Bruyloft verheven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.