Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Op de wijse: Venus du en dein Kindt. KOmt Schepper Heyligh'Geest, Vermaeckt ons in u Feest; Besoeckt ons droeve herten, Troost ons in pijn en smerten

Wilt ons verstandt verlichten Ons krancken wilt oprichten Gy zijt den Trooster teer, Die Christus onsen Heer, Belooft heeft als hy scheyden, Om ons alhier te leyden: Den vyandt te verdrijven, Ons eeuwigh by te blijven. Gy zijt Godts gave schoon, Gedaelt uyt 's Hemels Throon, En levende Fonteyne, Die ons kan maecken reyne: Een liefden vier waerachtigh, Ontsteeckt ons herte krachtigh, V seven gaven fijn, Laet ons deelachtigh zijn O vinger van ons handen, Ontbindt der sonden banden: Leert ons met nieuwe Talen, V lof, en eer verhalen. O troostelijck Advocaet: Komt ons altijdt te baet, En leert ons krachtigh bidden, Besit ons hert in't midden Leyt ons in u secreten, V wille doet ons weten. Salft ons met gratie soet, Neemt ons in u behoedt: Neemt in al ons gedachten, By dagen en by nachten, Bluscht uyt den brant der liefden, Geneest al onse wonden.

Versaeght den vyandt wijt, Helpt ons in onsen strijdt, V vrede wilt ons geven Doet ons gerustigh leven: En als wy moeten scheyden, Ten Hemel wilt ons leyden. Geeft ons een kennis schoon Van Vader met den Soon: Laet ons oock t'allen tijden V Heyligh Geest belijden, Dat ghy een Godt almachtigh, Zijt alle dry waerachtigh.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.