Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Op de wijse: Des avonts in de Maneschijn. CHristus is ons verresen, O menschen zijt verresen, En wilt nu vrolijck wesen Inwendigh soo ghy meught: Door hem zijn wy genesen Van sonde en ondeught. Adam den eersten Vader, Door ongehoorsaemheyt

Verleydt door den Verrader: 't Serpent vol nijdigheyt, Die brocht ons allegader In groot ellendigheyt.Verleydt, etc. Maer Christus onsen Heere, Gehoorsaem totter doodt, Heeft sijne leden teere Beswaert met pijne groot: Onfanght van dese leere, Loopt tot hem in den noodt.Heeft sijn, etc. Over den doodt als heden, Heeft hy getriumpheert, Die Helle daer beneden Oock mede gespoelieert? Dus hy tot alle steden, Wort geglorificeert.Die Helle, etc. Vroegh voor den daghe schoone Van der doodt op-ghestaen, Is hij met blijden toone, Tot zijn Moeder ghegaen; Hy vant der Maeghden Kroone Met bitterheydt bevaen.Is hy, etc. Hy sprack wilt niet meer treuren, O Moeder my aensien, V hert dat schijnt te scheuren, Door alle dit verdriet Het moest met my gebeuren, Gelijck het is geschiet.V hert, etc. Noch heeft hy menighmale, Hem oock geopenbaert, Als doen zy in een Zale Saten bij een vergaert: Met gesloten Portale,

Door vreese seer beswaert.Als doen, etc. Hy sprack met blijde zede Tot haer op't selve pas, Ick geef u mijnen vrede d'Apostelen seer ras, Geloofde daerter steden, Dat hy verresen was.Ick, etc. Is't dat wy Geestelijcke Met hem verresen zijn, Soo laet ons al gelijcken, Soecken, en smaken fijn, Godt in sijn Hemel-rijcke, En met des werelts schijn.So laet ons, etc.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.