Stemme: O Maria die als hede. Of: Ick plach wel in desen tijd voor desen. UYt den Alderhooghsten Throone, Van den Hemel, Godt den Soone, Neer-gekomen na den wensch: En verlangen van de mensch Op der Aerden is gebooren Van een Maghet uytverkooren In den alder-armsten stal: Diede rijcksten is van al. Eerst de Herders hem besoecken Overdeckt met arme doecken En tot onse saligheyt In de Kribbe neer geleyt. Van sijn Moeder, in het midden Van de Beesten, hem aenbidden En met heel het Hemelsch Hof Oock verbreyden sijnen lof. Met Maria sijne Moeder, Hem geworden onse Broeder Met een kusje voorden mont, Met de knien op den gront: En oprechte liefde groeten, En oock kussen hem de voeten Met een diep' ootmoedigheyt. Tot den dienst van hem bereyt. In de liefde voorder branden, Oock sy kussen hem sijn handen
En omhelsen 't lieve Kint Dat de menschen soo bemint, En de tranen van sijn wangen En een danckbaer hert ontfangen In een hert vol van berouw Sy ontfangen desen douw. Met het soete Kintje schreyen, En haer Schaepkens laten weyen Sy dit aldersoetste Lam Dat tot ons soo neder quam: Met haer hert, en al haer sinnen Sijn barmhertigheyt beminnen, En gelooven al in hem In sijn Heyligh Bethlehem.
Cookies on Poetry Cove