Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Stemme: 'k Had een gestadigh Minneken. DIe Jesum uyt-gelesen Heeft voor een Bruyd'gom soet Sijn meening die moet wesen Vyt lief', oprecht en goedt In druck en tegenspoet En moet hy niet versagen Maer dragen, sonder klagen Al wat Godt met hem doet Ons Bruydegom verheven Is door lijden gegaen In't rijck dat eeuwigh leven:

Lijden is d'rechte baen; Komt ons dan lijden aen, Wy moeten 't met verlangen Met danckbaerheyt ontfangen Ons daer niet in verslaen. Godts uytverkoren vrienden Zijn met lijden castijdt: Al die hem trouwelijck dienden ZIjn in haer Cruys verblijdt, Want Christus selfs belijdt Die 'k lief, sal ick castijden Godts Kind'ren moeten lijden Alhier een korten tijdt. Door lijden wortmen puere Gelijck een Gout door't vier, Contrari' is de nature, Vyt liefd' verdraget hier: Aensiet Christus manier, In 't hofken hy met beven Hem selven heeft gegeven In den wil sijns Vaders fier. Broeders en Susters verkooren Gedult in lijden toont: Soo niet, ghy gaet verlooren Grootelijck ghy u selfs hoont: Niemant sal werden ghekroont Dan die vroom heeft gestreden, En met gedult geleden, Die wort rijck'lijck geloont.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.