Op de wijse: Ick klaegh u Venus dieren. WIlt u met my bekeeren Wereltse dienaers koen, Tot Godt den Heer der Heeren, Soo ick begeer te doen: Al ben ick jonck en groen Met veel sonden beladen; Nochtans wil ick my spoen De werelt te versmaden. Met den verlooren Soone Soo sal ick nu opstaen? Met vast betrouwen schoone Tot Godt den Vader gaen: Hy sal my wel ontfaen
Door sijn groote genaden, Want ick wil nu voortaen De werelt gaen versmaden. Ick socht des werelts weelden En haer ghenoechten kleyn, Ick dansten, en ick speelden In ydelheyt onreyn: Ick wandelden gemeyn: Al in haer breede paden, Maer nu wil ick certeyn De werelt gansch versmaden Hooveerdigh ick vercierden Mijn lichaem delicaet: Daer men genoeght' hantierden Daer was ick vroegh en laet: Tot alle sonden quaedt Word' ick als doen geraden, Nu wil ick metter daedt De werelt gansch versmaden. Als ick soo triumpheerden In alle ydelheyt: De werelt my vereerden, Mijn eere wert verbreydt; Aldus word' ick verleydt Door haer soete succaden Maer nu ben ick bereydt De werelt te versmaden. Haer lof sal ick af-snijden, En versaken haer eer; Haer vreught aen alle zijden En acht ick nu niet meer: Want ick soeck Godt den Heer
Die my verlost van quaden, 't Is mijn begeerte seer De werelt te versmaden. De werelt heeft my bedrogen, Door haer wellusten sacht: Mijn hert van my getoogen, By dage, en by nacht; Een Geest werd' ick geacht, Seer groot tot mijnder schaden, Maer nu heb ick ghedacht De werelt te versmaden. Ick heb meest al mijn dagen Gedient de werelt vroedt, Dat mach ick wel beklaghen Beschreven met ootmoedt: En penitentie goedt Nu doen, voor mijn misdaden En door Godts gratie soet De werelts gansch versmaden. Ick wil my gaen begeven Tot alle deughden klaer, Veranderen mijn leven Ghestichtigh, en eerbaer, Heer, wilt mijn helpen daer Al tot der deughden graden, Want ick wil nu voorwaer De werelt gansch versmaden. Den Prins sal ick versaken, Van dese werelt ront, Want hy moet eeuwigh blaken In der hellen afgrondt: Met Godt maeck ick verbondt,
Die mijn ziel kan verzaden, Soo dat ick nu terstondt Die werelt sal versmaden.
Cookies on Poetry Cove