Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Op de wijse: Alsoo't begint. O Schepper fier: Hoe lustigh is't te wesen Waer ghy zijt ghepresen Van d'Engelen in den Troon? Wilt my doch hier Van allen druck genesen, Heere uyt gelesen, Gheeft namaels sulcken loon Dat ick u aenschijn mach aenschouwen En u geboden onderhouwen: Heer JESUS soet Geeft ons dat eeuwigh goet.Dat ick, etc. Wie sou die vreucht En blijdschap konnen schrijven, Die sy daer bedrijven, In Syons schoone pleyn? Sy zijn verheucht Om dat sy mogen blijven En altijdt beklijven By 't Lam Godts suyver reyn: 't Lammeken doet op ten toone 't Boeck met seven zegels schoone. Heere JESU, etc. Dees Stadt eerbaer Die is schoon boven maten, Aenmerckt, wat haer straten, Zijn van fijn Gout planteyt: d'Engelen aldaer Met gulde Wieroock-vaten,

Loven sonder laten, Tot in der eeuwigheyt En prijsen Godt van Hemelrijcke Met soeten Lof-sangh en Musijcke. Heere Jesu, etc. De duyser nacht Sietmen daer niet floreeren, Altijdt Triumpheeren Godes vrienden klaer en schoon; Met groote kracht, Sietmense Iubileeren, En sonder cesseren, Singen met soeten Toon Daer en breckt noch Son, noch Mane Noch geen licht by haer te stane. Heere Iesu, etc. Mijn Ziele met moedt Wilt u vlijtigh op maken, Op dese vreucht doch let; Klein ende groot. Na desen staet wilt haken; Die daer in geraken, Moeten zijn onbesmet, Sy zijn bekleedt met witte zijde, Loven den Heer met herten blijde. Heere Jesu, etc.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.