Op de wijse: Venus du ende dein kindt. COmt Schepper heylich Geest, Vermaeckt ons in u feest, Besoeckt ons droeve herten, Troost ons in pijn en smerten Wilt ons verstant verlichten Ons krancken wilt oprichten. Ghy zijt den Trooster teer Die Christus onsen Heer, Belooft heeft als hy scheyden Om ons alhier te leyden, Den vyandt te verdrijven, Ons eewich by te blijven. Ghy zijt Gods gave schoon, Ghedaelt wt 's Hemels troon Een levende Fonteyne, Die ons kan maken reyne, Een liefden-vuyr waerachtich, Ontsteeckt ons herte crachtich. V seven gaven fijn, Laet ons deelachtich zijn, [U] vinger van ons handen [O]ntbindt der sonden banden, [L]eert ons met nieuwe talen
V lof en eer verhalen. O troostelick Advocaet Comt ons altijt te baet, En leert ons crachtich bidden, Besidt ons hert int midden, Leydt ons in u secreten, V wille doet ons weten. Salft ons met graci soet Neemt ons in u behoet, Neemt in al ons gedachten By dagen en by nachten, Bluscht wt den brant der sonden, Gheneest al onse wonden. Verjaecht den vyant wijt, Helpt ons in onsen strijdt, V vrede wilt ons geven Doet ons gerustich leven En als wy moeten scheyden, Ten Hemel wilt ons leyden. Geeft ons een kennis schoon Van Vader met den Soon, Laet ons oock t'allen tijden V heylich Geest belijden, Dat ghy een Godt almachtich Zijt alle drie waerachtich.
Cookies on Poetry Cove