Skip to content
1632

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Op de wijse: O schoonste Personagie. O Soete Harmonie, Van my verdrijft ghy smert Door reynder minnen: O Choor der Eng'len blye, Ghy steelt van my mijn hert En al mijn sinnen, Wt liefd' divijn, Ick heel verdwijn, Om dat ick hoor van vrede, Die my aendienen, Des Hemels Cherubijnen, Godt oock mede. O Jesu minnelijcke Die mensch geworden sijt

En Godt ghebleven: In aerd' en Hemelrijcke, Weest nu ghebenedijt, Van al die leven, Mijn Godt, mijn Heer, Mijn hoop, mijn eer, Met u soo wil ick sterven, Des werelts lusten, En vreuchden vol onrusten Voort aen derven. Ghy zijt den aldermeesten, Den hoochsten Heer van al, Rijck, schoon en machtich, Nochtans hier voor de beesten Light ghy in eenen stal: Arm, teer, en clachtich, O Godt seer groot, Mensch, naeckt en bloot, Wilt my u wijsheyt schencken Dat ick met vreuchden, Alle dese deuchden Overdencken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.