Skip to content
1722

Een gheestelijck lust hofken

Anoniem

Stemme: Noch heb ick al mijn loven. MAria Koninginne, Mijn toevlucht en vrindinne, Mijn Esther in de noot: Vyt u O Maeght gebooren Is den uytverkooren Verlosser van de doodt. Wy hadden al gesondight, Al was de doot verkondight, Ons van den hoogen Troon: 't Serpent had ons vergeven, Nu wederom wy leven Door uwen lieven Soon. Gy spreeckt voor ons misdaden: O Moeder der genaden, V vrucht gebenedijdt, Terstont is weer te vreden, En ons door u gebeden Van alle quaet bevrijdt. O troost van alle Krancken, Neemt ons voor uwe rancken, En laeft met uwe Wijn: O wijngaert uytgelesen, Laet uwen Iesus wesen Alleen ons Medecijn. Naer uwen schoot wy loopen, In uwen Soon wy hoopen, O levende Fonteyn. Wilt ons van hem verwerven, Dat wy wel mogen sterven

Van alle sonden reyn. O Paradijs der vreughden, Maria vol van deughden Na Godt ons toeverlaet, Laet ons u licht beschijnen? En nimmermeer verdwijnen, O schoonen dageraet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.