4.
Gy kleed u naar de zomer,
Gelyk de schoone Diaan,
Ik zal straks by u komen,
Zoete lief gedenkt daar aan,
Gy plaagd of kweld my immer heen,
Ik weet van angst niet meer waar heen,
Wie heeft dan zulks gedaan,
De liefde, ach de liefde, heeft my zoo ver gebragt. bis.