4.
Hebt gy nog lammers, teer en klein,
En die nog niet volwassen zyn,
Daar moest gy allermeest
Zyn voor hun bevreest,
En voor zorg draagen
Dat zy niet loopen uwen schaapsstal uit,
Naar eenig giftig of fenynig kruid,
Zo dat gy hem geleid
Naar goed gelegenheid
In hun onnozelheid.