3.
Gy kleed u naar de winter,
Gelyk een winter-haan,
Het sneeuwd en regend ginter,
Gy liefde denkt daar aan,
Gy plaagd of kweld my immer heen,
Ik weet vaa angst niet meer waar heen,
Wie heeft dan zulks gedaan,
De liefde, ach de liefde, heeft my zoo ver gebragt. bis.