5.
In herfst en regenvlagen,
Moest ik al veel uitstaan,
Zomtyds by nagt en dagen,
Moest ik maar blyven staan,
Gy plaagd of kweld my immer heen,
Ik weet van angst niet meer waar heen,
Wie heeft dan zulks gedaan,
De liefde, ach de liefde, heeft my zoo ver gebragt. bis.