2.
Roosje.
Neen herder, staakt u loos gevly,
Uw taal is ligt bedriegery,
Schonk ik myn eer en trouw,
Dan zou het naberouw
Misschien myn zinnen kwellen,
Daarom gaat vry en zoekt een and're maagd,
Aan wien uw dwaaze minneklagt behaagd:
Ik haat die korte vreugd,
Die tegen eer en deugd,
Het dartel hart verheugd.