7.
Des anderendaags den dag kwam aan,
Hy moest daar gaan vertrekken,
En nam de marsch kloekmoedig aan,
Dat tot haar smart deed strekken,
Hoord wat de liefde daar ging doen,
Hy dagt zig met de vlugt te spoen,
Hy ging het resikeeren,
Om te gaan deserteeren.