3.
Is 't dat uw schaapjens zyn verstrooid
Waar distels en het onkruid groeid,
Waar dat ze zyn misleid
Tot bedorven tyd,
Gaan hun voedsel raapen.
Roept hun dan weder met een zoet geluid,
Met het gegalm van uw herders fluit.
Al die u zal verstaan
Die komen op u aan
Weer op de regte baan.