2.
Ik weet wel wat my kwelle,
Ik sterf van ongeduld:
Dat my aan 't hert doet kwelle,
Is maar de liefde haar schuld,
Gy plaagd of kweld my immer heen,
Ik weet van angst niet meer waar heen,
Wie heeft dan zulks gedaan,
De liefde, ach de liefde, heeft my zoo ver gebragt. bis.