Catwyck op Zee.
De Kempenblomkens, wy zeer hartelicke groeten,
Die al gereet, gepersoneert, ons hier ontmoeten,
Willich wel geresolveert, elcx in haer gelegie,
Om op Tonneel, met ons te gaen, om drucx verzoeten,
Rethorica te verthonen, t'beestelick wroeten,
Der tyrannen, welck zomtijts schijnt maer een Comedie,
En nochtans hier en hier namaels heeft een Tragedie.