Op de voys: Pour vng playsier. Hoort toe ghy menschen alghemeyne Wat de Schriftuer ons leert, Christus die spreect tot ons seer reyne: V aenschijn niet en keert, Noch van den armen weert, Die zijn in groot beswaren: In giericheyt wilt niet bewaren V goet, noch voor den vreemden sparen, Van dien onnuttelijcken wert verteert.
Den armen wilt altijts bedencken Al van u overvloet: Godt die salt u wederom schencken, En loonent u met spoet, Viervout in al u goet, Soo hy dick heeft bewesen, Als wy in de Scriftuer wel lesen: Want d'aelmis is van God ghepresen: V liefde tot den armen altijt doet.
Wie een dronck waters in Gods name Den armen gheeft met vlijt, Die sal God weder sonder blame Loonen, met zijn Rijck wijt: Dus wilt tot aller tijt V penninck laten dalen Met de Weduwe sonder falen, God salt op woecker weer betalen Op aerden, of int eewighe jolijt.
Wie den armen en desolaten Zijn liefde heeft ghetoont, Die zal van God tot zijnder baten In Gods Rijck zijn ghecroont, Als hy sal onghehoont Spreken, tot een verblijden, Coemt mijns vaders ghebenedijden, Ick sal u vander doot bevrijden, Vwe hantreyckinghe wert u verschoont.
Prince. Princen, u sal al sonder treuren, Seyt Christus onghestoort Mijns Vaders rijcke nu ghebeuren Te zijn In Lieft accoort, Want ghy ginckt na mijn woort d'Hongherigen versaden, Den naeckten om niet te versmaden Ghecleet, noch hebt ghy onbeladen Ghetoont u liefd' tot den benauden voort. In Liefden Accoort. Gods Liefde Blijft.
Cookies on Poetry Cove