Catwijck op Zee.
Hebben verthoont een morael of zin rijck bewijs
Hoe weynich Mensche, soect Liefde, Waerheyt, en Vrede,
En menich volck, deur verkeerden sin, en asvijs
Van Sorchloos harte, zoect, Haet, Logen, d'Onrust, mede:
Deur Schoon voor oogen, Valsch achter ruggen belede.
Namen. Personagien.
1. Weynich mensche, Als een Gemeen man.
2. Menich volck, Hovaerdich gecleedt.
3. Verkeerde sinne, Als een wereltsche Waerdinne.
4. Sorchloos harte, Als een rijcke Ionghelinck.
5. Schoon voor oogen, }Twee Sinnen.
6. Valsch achter ruggen,} Twee Sinnen.
7. Troost der bedroufden, Een Statich man.