Litenie des Bisschop.
KErck-ruïneerder, Boerenplager,
Landbederver, Kappedrager;
Bomben werper, Onrust preeker,
Stinckpot goyer, Bondverbreeker;
Vuurwerck-schieter, Boomweg-houwer,
Kogel goyer, Onrust brouwer.
Mijnegraver, Rustverstoorder.
Nonne Foxer, Kinder moorder;
Wyf-schoffeerder, maaghdeklooyer,
Swynelubber, Leugenstrooyer,
Paardesteelder, Brandschat-haalder.
Koedief, en geen volck betaalder.
Schelmberger, Land-doorlooper;
Kerckroover, Stedekooper:
Huys om werper, Roof wegh-mender,
Cieraat nemer, Toorenschender.
Meulen stoorder,Sijn Vader heeft hem gegenereert als hy gevangen waar. Tralie kind:
Jesuit, die Baal bemind.
Brandtstichter, Glase smyter;
Honger lijder, Pilaar byter.
Straten-breker, mensch weghrucker;
Geen woord holder, Al op slucker.