W.
WAar zyt gy, schoone Zon.
13
Wat zoet geweld beheesd myn hart en zinnen.
59
Wy Utregtsze Studenten.
87
Weg, weg ik lag met Trouwen.
95
Wel hoe, dat 's wel een drommels Minnen.
107
Wat al Onweêr-buyen, Stormen.
110
Wel heer Aaf je zo voorby.
128
'k Weet niet waar ik my bergen zak.
146
Wat kan de Min al stigten.
149
Wat kan grooter vreugde geven.
151
Weg traanen, weg zugten.
152
Wat neemt de straffe Wet van Eer.
156