Skip to content
1785

Den groten zee-held Paul Jonas

Anoniem

Op een Ligte wys. Ruist zoel zagt Weste wind, Speelt Lommerent door de bomen, Verheugt u op de stromen: Verquikt u droeve min. De droefheyt maekt haer al, Zy gaet van smerte zwanger:

Zy weet hoe langer hoe banger, Haar Noodlot beeft ’t Graf. Vertoef, vertoef mijn ziel, Vermindert dog uw snikken: En wilt uw wat verquikken? Of het uw beter viel. Gy ziet het Water vlied, By kabbelende stromen, Wel waar voor zoud gy schromen? Laat af van uw verdriet. Bedaar, bedaar mijn schat: Laat al de droefheyt varen! ’k Hoor geluyt en snaren, Zy vraagt wel wat is dat? Waar mag die Egcho zijn? Die maakt mijn weer vol vresen, ô Goon wat mach het wesen! Dat is een valsche schijn. ô Neen de stoet komt aan, De stoet van Gode en Godinne, Die nodige ons tot minnen: Laat ons ten Reije gaan. En trekken door ’t Land, Wyl zig ’t muziek doet horen: Geen droefheyt kan ons storen, Wy dansen hand aan hand. Hier is niet als vermaak, Het is hier niet als vreugde, Dat ons te zaam verheugde, Nooit aangenamer saak. Fiool, Bas en Fluit, Onder het gedurig quelen; Maakte haar tot een Bruyt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den groten zee-held Paul Jonas · Anoniem · Poetry Cove