Skip to content
1785

Den groten zee-held Paul Jonas

Anoniem

Op een aangename Wys. Daer was reis een jong Meysje, Die Eer en Deugd besat, Een Heer te Paard reed uyt de stad:

Hy quam dit Meysje tegen, En vroeg hoe dus alleen? Zeg waar gaat gy so heen? 2. Hy stapt van ’t Paart toe neder,

En vroeg haar om een zoen, Hy had haar vast, wat souse doen? Helaas mijn Heer seer gaarne, Antwoord hem de arme meyt:

Terwijl zy bitter schreyt. 3. Mijn Broer is gints aan ’t ploegen, Als hy het zag mijn Heer, Hy zei het aan mijn Vader weer;

Ziet of hy kan het merken, Dat wy hier zijn by een, Ey loop reis schielijk heen. 4. Terwyl hy stond te kyken,

Sprong ’t meysje stout op ’t Paart, En reed weg met snelle vaart: Daar stond het arme Heertje, Hy was het meysje quyt,

En ’t Paart daar by, ô spyt! 5. Dus moest hy ondervinden, Hoe jonge Meysjes doen: Wanneer zy zig voor ligte hoen,

Maar diergelijke Meysjes, Zijn in dees’ tijd wat raars, Men vindse maar heel schaars.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den groten zee-held Paul Jonas · Anoniem · Poetry Cove