Voys: Mahomet aanhoort mijn klagen. HOort den Franse Haen weer krayen, En ziet hoe hy leyt te draayen, Met zijn Vloot voor Engeland, Om zig hier of daar aan Strand, 't Zy by Schot of Ier te Lande
Om te maken een opstande, Met den Pretendent zijn Zoon, Die op zijn Vloot is ten toon. Dit zal hem ligt beter lukken, Als alle zijn onder stukken, Want te Roomen Bidt men sterk, De Heylige in de Kerk, Met de Hande toegevouwen, Om die van haar hals te douwen, O ! Lukte Pappa eens dat, Hy zong de Te Deum rad. Maar eylaas het kon wel wezen, Dat het ging weer als voor dezen, In Italie en te Praag, Daar zy kregen niet als slaag, Don Philip wou hy ook meden, Doen een Konings kroon betreden, O ! wat is Lowies een man, Die Kronen vergeven kan. 't Schijnt voor hem geen werk te wesen Vier, vijf Koninkrijks gepresen Weg te nemen op een keer Om daar in te sette neer, Wie hy wil na zijn behagen, Maar hy sal dit wel beklagen, Want die iemant maakt een kuyl, Vald zelf dikmaal in syn vuyl. Want Holland sal den Brit geven Dat by Tractaat is beschreven, En het manschap is al ree, Op mars na Breda die Stee, Om aldaar eerst te vergaren, En gaan van daar verder scharen Na de Willemstad heel stip, Daar sy alle gaan dan Schip.
d'Luyt'nant Generaal geheten, Smissaart een man vol van weeten, Generaal majoor Rumpff mee By vol Krijglist zijn die twee, d'Brigadiers zijn ook beyden, Van Heekeren, en van Leyden, de menschen vol wijs beleyt En ervaren in den Strijd. De Regimenten meden, die men daar henen laat treden, In Infanterye zijn bon Een Eck van Panthaleon, dat van Lindtman is de tweden, d'derde Bedatides meden, Frisse manschap al na raad, En in haar harte Zoldaat. d'Vierde Schaumburg Lippe, d'Vijfde Glinstra die met schippe, d'Sesde is mulert in tal, die heene gaan van ons Wal, 't Getal is negen-en-sestig, Compagnien alle deftig, Zes duysent drie hondert man, Zo word het gerekent dan. Vier Oorlog scheepen geleyden Haar op Zee om te bevrijden Tot Londen in Engeland Leggen ook al klaar bemand, Om haar te gaan Convoijeren, Zy gaan dat Land defenderen, Op alle hoeke en kand, Als den Pretendent daar aan Land. Afscheyd van de Soldaten. Adieu Hollands Ondersaten Adieu Overheyt en staten,
Van ons Lieve Vaderland, Adieu Vriende t'alle kand, Vader, Moeder, Zuster, Broeder, Wy wensche dat God u hoeder, Zy, en 't Land met zegen sproeyt, En voor alle Onheyl hoeyt. De inwoonders haar Zegenwensch. Gaat Hollandse Batavieren Doet Lowies zyn vals bestieren Tot niet bryselen als glas Toond voor Georg' of hy was Self u eyge Vorst en Koning Bewaard syn Land en syn Woning d'Heer wil u Leydsman zyn Wensche wy u groot en kleyn.
Cookies on Poetry Cove