Voys: Ik leg gestadig heele Nachten. MEn hoort niet als van oorlog roepen En over al marsceren troepen; In Oost en West en Zuyd en Noord: Europa is als in rumoeren, Daer gaet men al ten oorlog voeren, Soo men aen alle kanten hoort. Oostvriesland scheen in rust te leven, Men hoorde geen verschil meer zweven, 't Was alles daer in stille vree: Maer nu ach laes nu is daer weenen! Want siet haer Heer en Vorst is heenen, En is gestorven nu ter stee. Een Vorst in 't bloeyen van zijn jaren, Die moet ook meede met bezwaren, De weg van alle vlees betreen: Dus spaert de dood geen Potentaten, Hoe hoog in rang hoe groot van staten, Hy gaet'er al mee sleepen heen. Wat baerd de dood al ongenuchten, Dat nu eylaes meenig doet suchten, Oostvriesland maekt een groote rouw! Nu zy haer Vorst hebben verlooren, Een stam uyt Vorsten bloed gebooren,
Een Herder voor haer Land getrouw. Zy moeten haer nu gaen begeven, En als onderdaen gehoorsaem leven, Onder de Pruysselijke Held: Die sal haer Landschap haest regeeren, In korten tijd na zijn begeeren, Een yeder vreest voor zijn geweld. Hy belooft het Land zijn regt te houden Maer veel die hem doch niet betrouwen, Schoon hy haer vriendelijk komt aen: Dus baerd de dood maer ongenugten, Hoe menig Oostvries gaet al vlugten, Die onder Pruyssen niet wil staen. Embden raakt door de dood in roeren, 't Geregt wil Pruys' zijn wapens voeren, Nu den Vorst overleden is: Sy dogten soo na haer behagen De stad aen Pruyssen op te dragen, Siet haar reekening is mis. De dood kan nog veel questie baren Van bloedvergieten strijdsgevaren, En menig is hier van ontsteld: Want siet ons Edele kloeke Staten Die sullen Embden ook niet verlaten, Voor dat sy hebben 't verschote geld. Oostvriesland is vol druk bevangen, En de Vorstin met rouw behangen, Over de waarde Vorst zijn dood: Men siet daar groote rouwe dragen, De klokken luyden alle dagen, 't Is al bedroeft kleyn ende groot. Maar al het treuren kan niet baten, Wy moeten al het aards verlaten, Wanneer de dood ons komt bespien: men wenst elkander in den Hemel, Onder het Engels soet gewemel, met vreugden wederom te sien.
Cookies on Poetry Cove