Een nieuw Lied, op den hedendaagsen Oorlog, tussen den Koning van Vrankryk en de Koninginne van Hongaryen,aan den Rhyn uyt Straatsburg den 6 Augustus, als dat het daer soo elendig is gestelt, dat alle straten zyn opgevult met gevlugt Landsvolk, meest schreeuwende Vrouwen en Kinderen, en Vee dat van honger loeyd; het brood kost al 14 st. het pond, de boter al 18 st. het pond; en nog sal het quaad niet beter worden: Het Land van 30 a 40 uuren wyt, dat over ses weken een aards Paradys was, is nu een Woestyne geworden, en wie siet nog een eynde van de elende, soo als aan ons de Haagse en Haarlemse Couranten van den 14 en 15 Augustus 1744. hebben verhaald.