Skip to content
1744

Den dapperen prins Karel van Lotharingen

Anoniem

Stemme: Van Vrouw Venus Velden. Lestmaal in de koele Meye Ging 'k op mijn gemak met een pijp Tabak In het Vogels getier en op mijn pleijsier en wat ik daar sag In het krieken van den dag: fa la &c. Het Haantje dat kraayde so soete: Het Visje sprong bly: Al in de Mey en mijn hert verheugt In de jonge Jeugt Ik was verblijd: In de lieve Meyetijd: fa la: &c. en de Koeytjes al in de weyden: en de Kalfjes goet Huppelen-soet de Kraay riep al spaar Met een groot gebaar den exter klapt met een groot geklag, fa la &c. De mosjes al in de boomen Tot haar gerief Riepen dief en de swaalfjes vlogen met groot geweld: en den Oyevaar Met een groot gevaar

Fa la la: &c. En ik heb daar wat gaan rusten Verblyde my Al in de mey en ik loofden den Schepper met groote vreugt die ons hier geeft Aansiet al wat'er leeft: &c. Ik heb daar wat gaan vissen met een groot verlang Op hoop van vang maar ik spilde mijn tijd met groot verslijt Vangt twee Visjes hier om te braden by het vier, fa la &c. Het heeft mijn daar verdroten en ik visten siet maar vangden niet Ik ben weer opgestaan en heen gegaan en dagt wel siet en ik vang tog niet: fa la &c. Ik ging weer Stadwaarts treden Soeyden my voort Soo dat behoord en ik overdagt Wat ik hadde gesien dit wel aansiet en ik maak er van dit Lied fa la &c.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den dapperen prins Karel van Lotharingen · Anoniem · Poetry Cove