W.
Wanneer den gulden Dageraet.10
Wel Joosje bent gy de weelde moe.33
Wy Boeren en Boerinne.50
Wel dus bedroeft Jonckvrouw.60
Waerom souden wy niet meugen.71
Wie salder mijn lijden genesen.85
Wel wat of Neeltjen meent.90
Wonderlijck zijn de wercken.91
Eynde van het Register des Hollandtschen Nachtegaels.