Skip to content
1774

De zingende koddenaar

Anoniem

Stem: Meisje wilje met myn trouwen. 1. O Schone Herderin gepresen, En ô Schoonste Leelyblom; Och mijn waarde uitgelesen! En op u draag ik mijn roem; Geenen Roosje op der Aarden, En geen Bloemtje van het Land, Zijne by mijn zo in waarden, Als gy mijn Eerwaarde pand.

2. Herder wilt tog niet flatteeren, Ik en trogt ook na geen Min; Om te geven U mijn Eeren, Dat zal nooit zijn met mijn zin, Ofte in mijn zwakke leeden, En ook in mijn teer Gemoed: Alle de Iongmans haar eeren, Nooit vallen zo te voet.

3. Weg weg bedriegeryen, En weg vry ô stoute mond: Gy zoekt mijn maar te verleyen, Eer dat ik ga hier te grond; Maar gy moet het niet geloven, Door een Taal van zoete pragt, Om mijn Eertje te ontroven: Dat zal nooit zijn in U magt.

4. O verstandige Tong der Slange, En bedriegeyke Vre, Die met een venynige angel Steekt dat ons hertje doet zeer, Dat ik zal de uwe wezen, En verschaften u veel magt, Zulke woorden of te reeden, Moeten eerst ja zijn bedagt.

5. Godinne der Wereld, Princesse van mijn hert, O kroost wel beparelt! Verdryf dog mijn druk en smert: Dat ik dan altyd sal wezen Eenen toetsteen van de deugd, Waar in wy dan sullen leeven, En t’zaam vinden veel vreugt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De zingende koddenaar · Anoniem · Poetry Cove