Op een aangename Vois. 1. Waar is nu myn Veld Godin? Myn schoone Herderin: Ik meen gelyk ‘er een Velt Godin, Van valalider de dom dom. Ik meen gelyk ‘er een Velt Godin? Van valalider de dom.
2. Haar oogjes zo zwart als een langet, Ia, ja, een langet;
Ik meende gelyk als Osse-vet! Van valalider de dom dom Ik meen gelyk als Osse-vet; Va valalider de dom.
3. Haar Neusje niet te klyn of niet te groot Ia, ja, niet te groot, Ik meende gelyk ‘er een bokke poot. Van valalider de dom dom Ik meende gelyk ‘er een bokke poot: Van valalieder de dom.
4. Haar mondje niet te klyn of niet te groot Ia, ja, niet te groot, Om in te steken een stuivers Witte brood. Van valalider de dom dom: Om in te steeken een stuyvers witte brood Van valalider de dom.
5. Haar kinnetje niet te klyn of niet te lang Ia, ja, niet te lang, Ik meende gelyk een Schave bank, Van valalider de dom dom, Ik meende gelyk een Schave bank, Van valalider de dom.
6. Haar halsje zo wit als eene Zwaan Ia, ja, als een Zwaan, Ik meende gelyk een kalkoense Haan; Van valalieder de dom dom Ik meende gelyk een Kalkoense Haan Van valalider de dom.
7. [...] [...]
Ik meende gelyk ‘er een beere klauw, Van valalider de dom dom, Ik meende gelyk ‘er een beere klauw, Van valalider de dom.
8. Haar borstjes niet te hart of niet te sagt; Ia, ja niet te sagt, Ik meende gelyk ‘er een Tiktakbort, Van valalider de dom dom Ik meende gelyk een Tiktakbort, Van valalider de dom.
9. Haar buykje zo wit als een gesmolte Was; Ia, ja een gesmolte Was, Ik meende gelyk ‘er een speelmans bas Van valalider de dom dom Ik meende gelyk ‘er een speelmans bas Van valalider de dom.
10. Haar Naveltje niet te groot of niet klyn: Ia, ja, niet te klyn. Ik meende gelyk ‘er een Oly koek, Van valalider de dom dom Ik meende gelyk ‘er een Oly koek, Van valalider de dom.
11. Haar Fiooltje niet te groot of niet te klyn Ia, ja, niet te klyn, Ik meende gelyk ‘er een Moddersloot: Van valalider de dom dom Ik meende gelyk ‘er een Moddersloot, Van valalider de dom.
12. Haar beentjesw niet te dik of niet te dun, Ia, ja, niet te dun,
Ik meende gelyk ‘er een Oijevaar: Van valalider de dom dom; Ik meende gelyk ‘er een Oijevaar: Van valalider de dom.
13. Haar voetjes niet te breed of niet te smal Ia, ja niet te smal, Ik meende gelyk ‘er een Paarde klauw Van valalider de dom dom, Ik meende gelyk ‘er een Paarde klauw Van valalider de dom.
Cookies on Poetry Cove