Skip to content
1774

De zingende koddenaar

Anoniem

Op een Aangename Wys. Nu wil ik zinge, Van een zo rare klugt, Die ik U voort zal bringen, Want het zyn raare dingen, Aanhoort dit met genugt.

2. Laast zag men paare, Het was een oude Man, Van vyf en seventig Iaaren, Versiert met witte haaren, Hoort nu myn reeden an.

3. Met een jong Meisje, Van sestien Iaaren out; Zeer poesel sagt van vleysje, Waagt de oude Vent een reysje, En is met haar getrout.

4. ’t Leykt wel haar Vader, In plaats van haare Man, Indien hy haar komt nader, Zo zeyt zy ouden Vader, Schey uyt ik hou daar niet van.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De zingende koddenaar · Anoniem · Poetry Cove