Skip to content
1805

De zingende en speelende dienstmaagd

Anoniem

Stem: Ach Cloris myn liefje waar heen. O heldere Morgen-zon; Verwarm de koele bron, U lieffelycke straalen,

Die gy doet daalen, Op 't weeldrig aardryk neer, Voldoen myn lust en begeer, 't Natte bedoude Groen,

Moet ghy haar wasdom voledoen, U koesterende Vuure, Dwingt de Natuure, 't Bedruppelde telg en blad,

Word door u kragtig omvat. De Bloempjes buigen haar neer, Verbryden en meld u eer, Elk kruytje op zyn wyze;

U bloeijende pryze, Zelfs het klaverryke veld, Gestadig u lof vermeld. 't Kweelende Pluimgediert,

Dat op haar Veder swiert, Des 's morgens u pryzen, En u eer bewyzen, Zelfs het redelooze Vee,

Die roemt u luister met vreê. O zon gy ryst in 't Oost, U glans nimmer verbloost, Gy daalt in het Westen,

Dan duykt gy in u vesten, Tot aan de dageraat, Als ge uit u kameren gaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De zingende en speelende dienstmaagd · Anoniem · Poetry Cove