Skip to content
1803

De vrolyke zeeman, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

Minneklagt van Damon. Stem: Van de Knoop.

1. Mijn Silvia! mijn uitgeleezen / Mijn tweede ziel! ik zwoer u trouw / Waerom komt gy niet als voor dezen By my / in myne schaepen kouw? Hoe vaek mijn lief! mijn schat! mijn waerde: Hoe vaek zijn wy vroeg opgestaen / Eer Phebus nog een strael op de aerde Vertoond had; Veldwaerds heen gegaen / Wy weiden ons schaepjes / en kenden geen nood Wy aten te zaemen / ons kaes en brood; De Lammertjes sliepen in onzen schoot De liefden was 't al / wy vreesden geen dood.

2. Hoe weiden onze schaepjens zaemen? Hoe zongen wy een vrolijk lied; Als wy in veld of bosschen kwaemen; Door d'Echo maer alleen bespied: Hoe menigmael hebt ge in de laentjes / Van 't boschje in mijn arm geruft / Hoe dikwerf heb ik liefden traentjes / Van uwe koontjes afgekuscht. Wy zongen / wy sprongen / wy kenden geen nood / Wy aten te zaemen ons kaes en brood / Uw hoofdjen dat rusten in mijnen schoot / De liefde was sterk / gelijk als de dood.

3. Maer ach! die tyden zijn verdweenen / Zints Coridon van liefde sprak/ ô Silvia!... nu vlucht gy heenen / Hy is 't die onze min verbrak / Gy waerd niet trouw / help mijn ô Goden / Aenhoor mijn klagt! ik zweer / ik zweer By de Altaer / die van klaver roode / Gebouwd is/ dat ik nimmermeer / Mijn schaepjes wil weiden! Ik laetze in nood / Ook nimmermeer eten mijn kaes en brood / Of rusten op d'Aerde / haer vrugtbre schoot / Maer sterven; ja sterven / van liefde de dood.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vrolyke zeeman, verheugd over de vrye zeevaart · Anoniem · Poetry Cove