Een Nieuw Lied.
Stem: Van de drie verrotte Kamizooltjes.
1.
Lestmael toen ik uit wandelen ging /
Ontmoete my een vreemdeling /
Buiten de poort ben ik getreden /
Buiten de poort ben ik gegaen /
Een mooi Meisje kwam my tegen /
Vroeg of ik met haer wou gaen.
2.
Zy zeide wel Jonkman gewis /
Zeg my wat u hanteering is /
Ik ben eene wild het weten /
Ik bemin ook ieder een /
Ik kan kuipen en insteken /
Ik kan kuipen al wat ik maer wil.
3.
Ik draeg een vaetje zeide zy kloek /
Hier onder myne schorteldoek /
Jonkman wilt er wel op letten /
En ziet eerst naer het gebrek /
Want ik zeg u zonder gekken /
Wat gy kuipt is altoos lek.
4.
Daer hebben veel meesters by geweest/
Die wel hadden een vlugge geest /
Jonkman wild het beter maken /
Doet u werk maer als een man/
En wild het maer blyken laten /
Want gy zijt een fraei Jonkman.
5.
Ik deed mijn werk wel als een man /
'k Nam mijn hoepel en dreef hem an/
Ik dreef hem wat op; ik dreef wat neder /
Dat bekoorde haer jonkhert /
Zy zy of bent gy jong en ieder /
Gy kunt geneezen mijn minnefmert.