Skip to content
1803

De vrolyke zeeman, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

Een Nieuw Lied.

Of Tegen-zang, op het Voorgaande. Op dezelfde Wys.

1. Ik was op een duistere naare avond, Het meisje zat bedroeft in druk, Zy scheen als geheel betoverd, En zy beweend haar ongeluk, Haar Minnaar die heeft haar verlaaten, Dat baard haar steeds een groot verdriet, Ach Moeder wat zal het my baaten, Myn minnaar kent de liefde niet. bis.

2. Ach trouwloos minnaar al uw poogen, Treft zeker myn verstand en zin, Toont gy geen meerder meededoogen, Met my ik vloek uw hart en min, 'k Zal my op u niet meer verlaaten, Vaarwel, ik schuuw uw als de dood, Ik zal, zoo lang ik leef, u haaten, ô Minnaar gy zyt valsch en snood. bis.

3. Myn zuivre ziel tart alle smarten, Die my steeds worden aangedaan, Ik kan hem nimmermeer van harten, Zoo als te voor, beminnen gaan,

ô Neen! ik wil het alles myden, Het Huwelyk baard veeltyds verdriet, 'k Zal my in myn staat verblyden, De vryheid kent zyn rykdom niet. bis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vrolyke zeeman, verheugd over de vrye zeevaart · Anoniem · Poetry Cove