2.
Ziet Jantje geprezen,
Wat heeft hy mooje kouze aan,
Om by de Mysjes te zyn aan genaam,
Daar by draagt hy een ronde hoed,
Van binnen slegt van buiten goed,
Daar meê zo loopt hy dag en nagt,
Om Dochters te beminnen,
Al incroijabel daar hy na de mode gaat,
Lugt en compabel komt hy op de straat.