6.
Eer en pligt gebied ons schreiden
En daar seygt zy weenend neer,
Ik gehoorzaamd, riep gy snikkend,
Neen ik stoor uw rust niet meer
Hemel word de aaminninge onschuld
Van onkuische min verdagt!
albert heeft uw zuivere liefde,
Dierbre! al te lang verwagt.