Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

3

De roode Roosen blaaden, Van binnen in dat schoon, Met wit albast belaaden, Met een gevlegte kroon, bis. Ik aanschouw het op myn kniën, En kon van vreugd niet zien,

En niemand kwam my moeijen, Ik ging dien Roos besproeijen, Waardoor haar schoonheid bloeijen, En meerder Roosjes teeld, Hoe streeld, hoe streeld, My dat aangenaame beeld. bis

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.